Niet ieder probleem in de opvoeding is een stoornis van een kind.

Niet ieder probleem in de opvoeding is een stoornis van een kind

Een kind dat niet oplet heeft ADHD, een kind dat zichzelf niet zo goed kan verkopen heeft autisme.

Een kind dat zenuwachtig is voor een toets heeft faalangst, een kind dat een scheiding meemaakt moet naar een therapeut.

Niet ieder probleem in de opvoeding is een stoornis. Niet iedere vorm van lastig gedrag behoeft medicatie en niet iedere (lastige) situatie voor een kind behoeft een therapeut of een kindercoach.

Een ouder die moeilijkheden ondervindt in de opvoeding heeft meer baat bij pedagogische oplossingen

Een ouder die moeilijkheden ondervindt in de opvoeding probeert meestal eerst zelf een oplossing te bedenken. Lukt dit niet, dan wordt hulpverlening ingeschakeld voor het kind. Dat vind ik vreemd. De ouder heeft baat bij ondersteuning en advies, een pedagogische oplossing.

Zodat de ouder zelf in staat wordt gesteld de opvoedproblemen op te lossen. Zonder dat het kind gediagnosticeerd wordt of in therapie moet.

Een  op de tien kinderen een diagnose 

Volgens schattingen heeft een op de tien kinderen in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs zelfs een op de vijf jongeren een gediagnosticeerde stoornis.  Jaren geleden verzuchtte een GGZ-medewerker al ‘Van de kinderen tussen 0-18 jaar die aangemeld worden diagnosticeren we 70% als vallend binnen het autistisch spectrum.
We weten zeker dat we het niet goed doen, zoveel kinderen met autisme kan niet, maar we weten niet wat we verkeerd doen!’ (Nederland anno 2004; in Delfos, 2004).
Deskundigen zijn het er over eens dat zo’n 10-20% van de kinderen met een diagnose ADHD ook daadwerkelijk deze stoornis heeft. En recent werd bekend dat bijna 14% van de leerlingen in het voorgezet onderwijs eindexamen doet met een dyslexieverklaring, terwijl volgens deskundigen het landelijk dyslexiepercentage tussen de 3-5% ligt.

De probleemindustrie

Langzamerhand is duidelijk geworden dat we in een moeras terecht zijn gekomen en dwaallichtjes gevolgd hebben. De ‘probleemindustrie’ wordt door hoogleraar Pedagogiek Micha de Winter aangewezen als een van de oorzaken.

Als pedagoog pleit ik daarom voor ondersteuning van ouders, zodat ouders zelf in staat zijn om probleemgedrag van hun kind bij te sturen op een effectieve en positieve manier. Zodat ouders de ouders kunnen zijn die ze willen zijn en niet de hulpverlening met het kind aan het werk en de ouder op een zijspoor gezet worden.

Als een kind naar huiswerkbegeleiding, therapie, kindercoach of assertiviteitstraining gestuurd wordt, vindt iedereen dat gewoon. Niemand vraagt zich af wat het nut of de noodzaak van deze begeleiding is. Als ouders voor zichzelf hulp zoeken, durven ze dat vaak niet bekend te maken in de omgeving, laat staan dat je hierover praat op een verjaardag. Stel je voor, dan ben je een slechte ouder! Want opvoeden kan toch iedereen!

Respect voor ouders die wel pedagogische hulp zoeken

Ik heb respect voor alle ouders die wel hulp voor zichzelf durven zoeken. Ze nemen verantwoording voor zichzelf en voor hun kind(eren). Zodat ik niet op zoek ga naar een diagnose of een stoornis. Maar samen met ouders bespreek hoe hun kind, zowel thuis als op school tot bloei kan komen.

 

Laat een opmerking achter